Dromen.

Eén nacht is er nodig, of zelfs nog niet… naar het schijnt gebeurt het allemaal op minder dan 20 minuten. Bovendien vergeten we na het wakker worden binnen de vijf minuten zowat het meeste. En dus probeerde ik met een koffie in de hand zo snel mogelijk de details op te schrijven.

Spannend, vliegtuig, weinig volk, smalle gang, vriendelijke stewardessen, glijden naar beneden, héél mijn gezin, blij, bagage onbelangrijk.

Mijn droom begon in de inkomhal van een vliegveld. Er was héél weinig volk, om niet te zeggen niemand. De stewardessen aan de diverse balie’s zwegen. Ze stonden vòòr hun balie met blije gezichten héél behulpvol te wezen, zonder zich op te dringen. De rest van mijn gezin – man en kinderen – waren al voorop. Zonder dat ik iets vroeg, wezen enkele stewardessen de richting aan die ik moest gaan. Met mijn enige valies op wieltjes verdween ik lichtvoetig, de inkomhal uit en een smalle gang in. Ik gleed door de gang, mijn valies achterna en kwam terecht in een soort transfer, waar alweer een vriendelijke stewardess mij de weg wees. Ik volgde mijn valies over de transportband. Op het einde van de transportband liet ik mijn bagage gaan, onder een bemoedigende blik van een onbekende verlosser. Met enkel die blik in zijn ogen maakte hij duidelijk dat het ok was. Ik had mijn bagage niet meer nodig. Hij wist er wel raad mee. Ik stapte van de transportband, enigszins verdwaasd van wat er net gebeurde. Voor ik het wist gleed ik een lange helling naar beneden. Er waren langs weerszijden een soort antislipstroken aangebracht. Na een paar meter probeerde ik die te ontwijken, ik vond het leuk om die helling af te glijden. Onderweg werd ik weer herenigd met de rest van mijn gezin en lachend gleden we samen verder de helling af. Beneden de helling stond het vliegtuig te wachten. En met een blij gevoel van gezonde, verwachtingsvolle spanning, was dit het einde van de droom.

Met behulp van mijn droomencyclopedie en het internet ging ik op zoek naar enkele betekenissen:
Een vliegveld is een plek waar we komen als we op doorreis zijn en is daarom een plek voor nieuwe ervaringen.
Als we dromen dat we alleen zijn, onderkennen we de noodzaak dat we onze eigen gevoelstoestand moeten aanpakken zonder de hulp van anderen. Er is sprake van compleet zijn, van heelheid.
Een gang staat voor een overgang tussen de diverse stadia van ons leven.
Laten we onze bagage achter, dan zijn we dingen uit ons verleden aan het verwerken en loslaten.
Glijd je in je droom naar beneden over een muur, heuvel of berg zonder dat je bang bent, dan onderzoek je je grenzen en probeer je je volledig potentieel te benutten.
Een droom over een vliegtuig symboliseert meestal creativiteit, vrijheid en gezondheid. Een vliegtuig staat voor het zoeken naar psychologische vrijheid, een stap in de richting van onafhankelijkheid. Een vliegtuig wordt ook wel geassocieerd met de hemelwagen en staat in die betekenis voor een spirituele reis.

Spannend! Ik kijk al uit naar de tijd die gaat komen.

Zijn we er ooit klaar voor?

30 juni, loslaatdag.

Iedereen blij want straks begint de vakantie! Mooi weer (?), niks moet (!), ontladen (…), jezelf terugvinden. Ik merk dat vooral bij onze oudste. Na enkele dagen vakantie zie ik vanonder ‘het-pak-van-de-nooit-aflatende-medewerking’ onze jongen terug tevoorschijn komen. Een gans schooljaar zet hij zich in voor de goeie klassfeer. Iedereen is dan ook zijn vriend: jongens, meisjes, stoer, of net niet, maakt niet uit. Hij plaatst zichzelf op de tweede rij, probeert iedereen van een plaatsje in de groep te voorzien en geeft 200 procent bij groepsactiviteiten of klaswerkjes. Na enkele dagen vakantie merk ik dat hij terug rustiger wordt, in zijn hoofd, gewoon, zijn adem terugvindt. Want in je vakantie moet je niet zoeken naar je plaats in het geheel, je ben thuis, bij jezelf. Eergisteren op schoolreis was hij er nog getuige van hoe het ene klasgenootje het andere een peer verkocht… recht in zijn gezicht… met een dik oog tot gevolg… 10 jaar zijn die mannekes. Het gebeurde in de bus en Len zat naast de jongen die de peer kreeg. Wat moet zo’n kind dan doen? Dat heeft hij ook niet echt verteld, wat hij gedaan heeft. Alleen dat het terug goedgekomen is, daarna. Maar daar zit hij dan… ik zie in zijn ogen dat hij niet snapt waarom niet iedereen gewoon vriend is van elkaar.

Tegelijk doet afscheid nemen ook altijd een beetje pijn. Steevast vind je op 30 juni ook die kinderen die hun juf of meester bijven knuffelen en niet goed weten waar dat treurige gevoel vandaan komt; kinderen die even een halte nodig hebben, en een duwtje in de rug om in vertrouwen los te laten en de volgende stap te zetten.

Vannacht, toen ik niet kon slapen, bedacht ik dat loslaten niet het tegenovergestelde is van vasthouden. Van mij mag ‘loslaten’ gewoon hand in hand lopen met ‘koesteren’.
Niet dat ik daarmee enkel positief wil zijn, want ik vind koesteren allesbehalve gemakkelijk. Het probleem met koesteren is, denk ik, dat iedereen dat op zijn eigen manier doet. Vandaar het treurige gevoel, want in je herinneringen ben je meestal éénzamer dan in het moment. Iedereen neemt een deeltje mee, in zijn hart, maar ‘terug’ kunnen we niet meer, nooit meer.

Music please

How does my north connect to my south?
How does my heart connect to my mouth?
How does my skin connect to my soul?
Is the sum of my parts
Anything whole?

Omdat ik het zóó mooi vind.
Voor het volledige liedje (ja, het is een songtekst 🎤 ) : visit youtube – NOA – U.N.I.

Vroeg in de morgen…

frietjes

Ikke: ‘Je hebt geen boterhammen in je boekentas, want deze middag krijgt iedereen frietjes op school.
Dochter:‘Wat moet ik dan zeggen aan de juf als ze vraagt boterhammen of warm?

(Dat vragenrondje wordt  in de klas ritueel iedere dag vòòr 9 uur gedaan,
kwestie van de warme maaltijden op tijd te kunnen bestellen)

Ikke: ‘Zeg dan maar dat je warm eet.’
Dochter (in lichte paniek): ‘Maar mama, dan krijg ik ander eten dan de anderen!’
Ikke: ‘Da’s toch niet waar schattie, vandaag krijgt iederéén frietjes.’
Dochter: ‘Maaar als de juf dat nu vergeten is?!’
Ik zeg: ‘Als de juf zou vragen ‘boterhammen of warm’, wat ze normaalgezien niet zal doen aangezien vandaag iedereen frietjes krijgt; vraag haar dan maar of het vandaag niet die dag is dat iedereen frietjes krijgt.’

Met dit voorzienige antwoord neemt dochterlief voldoening en kan ze met een gerust hart naar school vertrekken.

Tussen de twee.

Er valt iets te zeggen over het juiste prikkelniveau. Hoeveel prikkels passen bij welke mens? Of als ik het even nauwer neem: bij mij?

Vandaag.
Sinds ik er een beetje op let en bij mezelf probeer uit te zoeken waar de ondergrens en de bovengrens ligt, was ik me héél bewust van het verschil tussen het grensoverschrijdende decibelniveau van de spelende kinderen op de speelplaats rechttegenover ↔ en de daaropvolgende oorverdovende stilte, die ingeluid werd door de schrille schoolbel. In combinatie met mijn energieniveau komt het erop neer dat ik zo tot een uur of half negen alles geef: kindjes aankleden (of zorgen dat ze zichzelf aankleden), boterhammekes maken, zorgen dat de tanden gepoetst zijn (want dat is nu net niet het lievelingstafereel van Len in de ochtend), straat oversteken… Alles ok, normaal, prikkels in balans, maar dan… diep zwart gat waar ook mijn energie in wordt meegezogen. Serieus. Gevolgd door een onmetelijke leegte… Ik kan niet meer denken, niet meer voelen, vanalles willen maar het niet kunnen uitvoeren. Hel. Hel. Hel. Vandaag breng ik het er redelijk vanaf.

Ik probeer het even te visualiseren.vensterbanken
De achterkant van het huis geeft uit op de tuin en de volledige breedte van de achtergevel wordt ingepalmd door ramen. !!! Ramen met een vensterbank op zithoogte. Zo – dachten we… – kunnen we er kussens opleggen en creëren we extra zitruimte, gezellig zo van die kleurige kussentjes. In werkelijkheid worden alle vensterbanken ingenomen door papier, (on)afgewerkte knutselwerkjes, stiften, potloden, poppenhuisjes, speelkaarten, plattegronden van magische landen, kleine geheime briefjes, verdwaalde speelautootjes, mandjes vol weet-ik-veel-waar-ze-dat-allemaal-vandaan-halen-dingen…  welgeteld 11 meter en 20 centimeter fantasie!
Deze week word ik geleid, want van vrijdag tot zondag komen er twee kindjes logeren. Het kinderkoor waar onze nachtegaaltjes in zingen, viert zijn vijfjarig jubileum en er is een samenwerkingsproject met andere koren, vandaar de logées en vandaar de vaststelling: ‘Mijn huis moet worden opgeruimd.’ De vensterbanken leken mij een prima plaats om te starten…hartje ini
Niet alles is kommer en kwel, want nadien hou ik er steevast een goed gevoel aan over en ondertussen stuit ik op pareltjes die dienen als voeding voor mijn ziel.

Helaas, de eeuwige discussie over intrinsieke motivatie ten spijt, kan ik er mezelf niet toe brengen om voldoening te halen uit zich steeds herhalende ondernemingen zoals opruimen…

Wordt vervolgd…

*Vandaag is mijn vrije dag, dus dat valt wel mee. Andere dagen, als ik bij de laatste schoolbel naar mijn werk moet vertrekken, heb ik er nog meer last van; van dat zwarte gat tussen de eerste en de laatste bel. Work in progress. Gelukkig dat er zoiets als ‘externe’ motivatie bestaat… (hoe zielig dat ook klinkt)

Eindige eeuwigheid.

Daarnet had ik even een eeuwigheid geluk,
ik had het echt,
dat moment waarop mijn adem niet alleen mijn longen groter maakt, maar mijn hele lijf zijn grenzen verliest.
Zo’n moment dat alles één is,
één moment als vertegenwoordiger voor de eeuwigheid.

En dan begon ik na te denken 🤔
(haha, dat kon je waarschijnlijk niet zelf raden…)
‘Cause I’m happy…’
HAPPY lijkt wel een codewoord tegenwoordig.
Dat was het niet. Ik was niet ‘happy’.
Mijn geluksgevoel was eerder iets van tevredenheid, aanvaarding, ontvankelijkheid – en ook kritiekloos. Zonder inspanning. Zonder verdienste.
ZONDER NADENKEN.

Misschien moet ik toch eens serieus nadenken over mediteren.
Een eerste stap zou kunnen zijn dat ik die twee woorden niet meer in één zin gebruik 😏

On second thoughts, ik moet gewoon leren om te ontstressen, om te genieten van alleen zijn en om meer in de natuur te komen. Want dan gebeurt dat, zoals daarnet, gewoon in de tuin, alleen, in de stilte, zonnestralen tussen het bladerdak van de appelboom, kleine aan- en afvliegende koolmeesjes. Me, myself and I. Straks wordt het nog een gewoonte om mezelf ‘genoeg’ te vinden. (Da’s een eufemisme voor hard werk, maar ik steek niet graag pluimen op mijn eigen hoed)

Georges

img_20160605_105144.jpg

Sundaaaay!
De préhistorie.
Guy De Pré Izaindemix grasduint in 40 jaar geschiedenis.

2013
Ik zie niet goed, mijn ogen jeuken en als ik iets wil lezen vloeien de kleine lettertjes samenzweerderig in elkaar over. Dus trekt bibie naar de brillenzaak. Mét gratis oogtest! En rara, met wat komt bibie buiten? Met een bril!

2 dagen later
De jeuk is beter maar een vreemd bruin vlies maakt zich meester over mijn rechteroog. ????? Paniek! Nu toch maar naar de dokter met die ogen… Daar blijkt dat ik een allergie heb aan voorjaarsbloeiers, vandaar de jeuk, en het vlies. Een pilletje en opgelost. Op de vraag of de bril überhaupt iets uitgehaald heeft, antwoordt de dokter: ‘Natuurlijk!’ Blijkbaar zorgde de bril voor een fysieke barrière tussen het stuifmeel en mijn oog, en op die manier ook voor minder jeuk… simpel. Bril in de brillendoos, brillendoos in de kast, niet nodig. Aanzienlijk wat centjes armer maar met een herwonnen zicht.

5 juni 2016 (vandaag)
Schoolfeest van ons pagadders! Thema: ‘Helden’.
Het vierde leerjaar koos voor ‘FC de kampioenen’ en Len werd tot Markske gebombardeerd. Daarvoor heeft hij een bril nodig met donkere rand en we gaan te rade bij oma, die bewaarder is van de emo-familieschatten. Pépé zijn leesbril uit de jaren ’70 wordt van onder het stof gehaald, figuurlijk, en belandt  3 dagen geleden op mijn nachtkastje.

img_20160603_221837.jpg3 dagen geleden
Ik maak er een vroege avond van en ga nog wat lezen in mijn bed. Maar die lettertjes pogen mij weer te dwarsbomen en ik besluit de leesbril van pépé te proberen. Mirakel! Alle lettertjes herwinnen hun oorspronkelijk bedoelde plaats en ineens spreken ze klare taal. Na het schoolfeest wordt mijn nachtkastje voorzekerst de nieuwe verblijfplaats voor mijn nieuwe ogen! Op die momenten mag manlief mij Georges noemen, naar mijn pépé, en brengt de bril mij niet alleen letterlijk een klare kijk, maar voel ik ook een soort link met mijn herkomst, een warm gevoel.

Iza

 

 

 

Verfijnd.

Soms maal ik wekenlang op iets waar ik de duim niet kan op leggen. Maar tegelijk kan ik ook niet stoppen met malen. En dan plots, als bij toverslag, lijkt alles toch op zijn plaats te vallen.
Ik zocht het woord ‘malen’ eens op. En ik vond: ‘niet kunnen stoppen met nadenken’ maar ook ‘iets fijn maken’. En dus – zoals meestal – vat ik malen op als iets positiefs, iets dat na afloop meer verfijning in het leven (of in mijn leven) geroepen heeft. Het zit in mijn aard, de dingen vanuit een positieve invalshoek bekijken.

Sommigen beweren dat alles relatief is.
Na mijn maal-periode ben ik tot de conclusie gekomen dat de dingen niet echt relatief zijn, maar dat de meeste mensen de dingen die hen persoonlijk aangaan relatief maken.

Ik brak mijn hoofd over emotionele uitspattingen van mijnentwege, ongecontroleerde uitspattingen weliswaar, die hun doel met glans voorbij schoten.
Mijn doelwit vindt ‘ongecontroleerd’ namelijk een synoniem voor ‘ongepermitteerd’ of ‘onvolwassen’ en ‘kinderachtig’, en dus geenzins een respons waardig. Dat weet ik al lang maar toch, ze kan mij op mijn paard jagen, of ik laat mij op dat paard jagen… (werk aan de winkel)

Ik kwam tot de conclusie dat het tegelijkertijd afkeuren van mijn emotionele reactie enerzijds en het goedkeuren van overspel anderzijds totaal niet klopt, dat kan gewoon niet kloppen. Mij aan de kant schuiven omwille van emotionele reacties, maar een ander aanvaarden, zelfs warm onthalen, ondanks dat die persoon in staat is tot maandenlang bedrog.
Dat maakt haar relatief. Mijn afkeurster. En wel zodanig dat de echtheid van de twee acties er totaal niet meer toe doet. Uiteindelijk gaat het over haar en mij, over dat ik moet beseffen dat ik er voor haar niet toe doe en moet stoppen om dat na te streven. Een soort zelfdestructie waar ik nu toch dringend komaf moet mee maken.

DSC_0192

Deze bloem is niet relatief. Ze is echt.
En de schoonheid druipt ervan af.
Dat was mijn maal-conclusie.
Niet enkel maakt deze bloem echtheid mooi, maar echtheid maakt ook de mens mooi,
en ik ben echt, ook al ben ik soms emotioneel, het is echte emotie. Dus gedaan met malen, ik ben een (ver)fijn(d) mens.